Zoo History deel 2

Noorder Dierenpark

 

Het Dierenpark Emmen, voorheen het Noorder Dierenpark geheten, opende op 27 mei 1935 (Hemelvaartsdag) haar poorten. Oprichter was Willem Sjuck Johannes Oosting, roepnaam Willem. Hij werd geboren op 9 september 1906 in een grote witte villa die op de hoek van de Notaris Oostingstraat en Hoofdstraat stond. Het markante huis zou later

      bekend komen te staan als het Oosting Instituut. De Notaris Oostingstraat

      is vernoemd naar zijn grootvader Sjuck Johannes Oosting (1825-1900), van

      beroep notaris in Emmen.

      Op de vraag wat hij later wilde worden antwoordde hij al op zes jarige

      leeftijd: " Directeur van Artis". Willem was bezeten van dieren, een

      liefde die door de jaren heen alleen maar sterker werd.

      Hoewel hij op de lagere school niet het beste jongetje van de klas was

      volgde hij later toch onderwijs aan de HBS en deed daarna een

      pluimveecursus en een cursus in boekhouden.

      Al op jonge leeftijd kreeg hij van zijn vader een auto waarmee hij vele

      dierentuinen in binnen en buitenland bezocht. Langzamerhand ontstond zijn

      plan om zelf een dierentuin te beginnen. Hij besprak het met zijn familie

      en die hem daarin wel financieel wilde steunen. Het was een louter

      particuliere onderneming, met familiegeld en min of meer op familiegrond

      gebouwd.

      Deze grond lag aan de oostelijke kant van de Hoofdstraat, achter de

      "bovenmodale" woning van Rudolph Otto Arend van Holthe tot Echten en zijn

      vrouw Maria Digna Oosting (1853-1916). Zij was een tante van Willem. Toen

      Maria Digna in 1916 overleed konden de ouders van de tien jaar oude Willem

      een deel van deze grond kopen. Het gezin Oosting trok datzelfde jaar in de

      woning van Van Holthe tot Echten. Een aantal jaren later toverde Willem

      hier een groot deel van de familiegrond om tot een heus dierenpark en

      verwezenlijkte daarmee zijn jongensdroom.

      Willem vond toen al dat dieren in een dierentuin in een zo natuurlijk

      mogelijke omgeving gehuisvest moesten worden. Dit had hij gezien in de

      dierentuin van de Duitser Carl Hagenbeck (1810-1887). Het "Hagenbecks

      Tierpark" in Hamburg was een voor die tijd uiterst modern park die in 1863

      haar poorten voor het publiek opende. In dit vooruitstrevende park kon het

      publiek de dieren al aanschouwen zonder tralies tussen hen en de dieren.

      De opening van het dierenpark was niet onopgemerkt voorbij gegaan. Op

      Hemelvaartsdag mei 1935 kwamen er maar liefst 5000 mensen naar Emmen! De

      dierentuin werd snel bekend en het bezoekersaantal overtrof alle

      verwachtingen. Soms kwamen er zoveel dat er speciale trams ingezet moesten

      worden. Al vrij snel konden de naast het park gelegen percelen worden

      aangekocht.

      Willem Oosting trouwde in 1938 met Tineke Bosma, die tuinarchitect was.

      Door haar beroep kon zij veel aandacht besteden aan het groen in het park.

      Willem en Tineke bewoonden in eerste instantie een woning aan de noordkant

      van de entree. Hier woonde voordien de gemeente-ontvanger Johan Frederik

      Schönfeld, zoon van de bekende arts Karel Diederik Schönfeld. Hier werd in

      1938 hun dochter Aleid geboren die later het roer zou overnemen.

      Ongeveer een jaar later was hun nieuwe woning, die ongeveer 100 meter

      zuidelijker kwam te staan gereed. Deze prachtige witte villa kwam te staan

      op de plaats van een ander prachtig huis waar de familie Van Holthe tot

      Echten had gewoond.

      Het was een dubbele woning en was ontworpen om plaats te bieden aan twee

      gezinnen: Willem en Tineke bewoonden het hoger gebouwde linkerdeel in de

      knik, zijn ouders Jan en Maria bewoonden het lager gebouwde rechterdeel.

      Tegenwoordig dient het grotendeels als kantoor voor de directie en de

      administratie. Beneden is een pannenkoekenrestaurant gevestigd. Voor het

      witte huis lag een groot gazon dat op drukke dagen als fietsenstalling

      werd gebruikt.

      De entree van het park bevond zich op de stoep van de Hoofdstraat.

      Bezoekers moesten eerst een lang, aan weerszijden met gaas afgeschermd pad

      volgen voor ze het eigenlijke Noorder Dierenpark bereikten. Aan de ene

      kant van dat pad lag de tuin van de familie Oosting, aan de andere kant

      die van de familie Hospers.

 

 

Het dierenpark werd gebouwd op grond die in 1890 in bezit was

      van Jan Albert Willinge. Op het overzicht links betreft dit vrijwel het

      gehele gebied links van de groene lijn, de latere Hoofdstraat.

 

 

 

       Tweede Wereldoorlog:

      Vanzelfsprekend brak door de Tweede Wereldoorlog een moeilijke periode

      voor het dierenpark in Emmen aan. Echte hongersnood heeft Drenthe tussen

      1940 en 1945 niet gekend, maar het was zeker niet altijd eenvoudig om aan

      genoeg voedsel voor de dieren te komen. Daarom werden soms pasgeboren

      bizons en kamelen vetgemest om aan de leeuwen, tijgers, wolven en hyena’s

      te voeren. Voor onderduikers bood het Noorder Dierenpark een ideaal

      toevluchtsoord. Het meest werd gebruik gemaakt van de zolder van de wilde

      dierengalerij.

      Na de Tweede Wereldoorlog brak voor het Noorder Dierenpark een echte

      bloeiperiode aan. Er waren jaren waarin zo'n 250.000 mensen het park

      bezochten, terwijl het maar zeven maanden van het jaar geopend was.

      Bovendien was Drenthe toen nog zeer dunbevolkt. Het Noorder Dierenpark was

      zonder twijfel de grootste trekpleister van het hele Noorden.

      Eind jaren ’60 begon het bezoekersaantal echter terug te lopen. De redenen

      daarvan waren divers: meer dagattracties, toenemend autobezit, meer

      vakanties in het buitenland en een kritischer houding van bezoekers. Door

      de terugloop van de kaartverkoop werd het steeds moeilijker om nieuwe

      publiekstrekkers te realiseren. Ook ontving het park als familiebedrijf

      geen overheidssteun. Als gevolg van dit alles kon zelfs het onderhoud op

      den duur niet meer naar behoren worden uitgevoerd.

 

 

 

      De familie Rensen:

      Door de teruglopende bezoekersaantallen raakte oprichter Willem Oosting

      volkomen gedesillusioneerd en wilde het park verkopen. Hij was echter niet

      de enige eigenaar. Zijn zuster Digna Gerritzen Oosting was na het

      overlijden van hun ouders voor de helft mede-eigenaresse geworden. Zij

      wilde het park absoluut niet verkopen, maar behouden voor zowel de familie

      als voor de Emmer gemeenschap.

      Bij eventuele verkoop was Willem Oosting statutair verplicht om zijn

      aandelen aan de familie aan te bieden. Digna Gerritzen Oosting ontbraken

      echter de financiële middelen voor de aankoop.

      De toenmalige president-commissaris van het park, het kamerlid mr.Harm van

      Riel, had inmiddels Aleid, de oudste dochter van Willem Oosting, en haar

      echtgenoot, de architect Jaap Rensen, benaderd met de vraag of zij bereid

      waren de directie over te nemen. Na enige aarzeling voelden zij daar wel

      voor.

      Begrijpelijkerwijs wilde de gemeente Emmen het park ook graag laten

      voortbestaan. Zelfs in die moeilijke periode was het namelijk toch nog

      goed voor zo’n 200.000 bezoekers. De gemeente kwam na uitvoerige

      onderhandelingen met de familie Oosting overeen dat Digna Gerritzen de

      aandelen van haar broer Willem zou overnemen en dat zij deze aandelen

      dezelfde dag aan de gemeente Emmen zou doorverkopen.

      Zo werd het Noorder Dierenpark in augustus 1970 voor de helft

      gemeentebezit en voor de helft familiebezit.

      Jaap en Aleid Rensen namen de directie op zich en maakten plannen om het

      park drastisch om te vormen. De gemeente Emmen verklaarde zich bereid

      hierbij hulp te bieden. Deze hulp zou voornamelijk bestaan uit het

      verstrekken van gemeentelijke garanties voor leningen die het park moest

      afsluiten.

 

 

 

      Werelddelen en educatie:

      Jaap en Aleid Rensen begonnen in september 1970 met de reorganisatie van

      het park. Hoofddoelen werden educatie en een nieuwe indeling van het park

      in werelddelen.

      In die jaren waren dierenparken nog ingericht naar diergroepen. Er was een

      vogelhuis, apenhuis, dikhuidenhuis en een roofdierengalerij. In zo’n

      roofdierengalerij leefden bijvoorbeeld Afrikaanse leeuwen zij aan zij met

      Aziatische tijgers en Amerikaanse poema’s.

      Jaap en Aleid kozen voor een geheel nieuwe indeling: een geografische. Zo

      kwam er een Afrikaans gebied, een Amerikaans gebied, een Aziatisch gebied

      en een Europees gebied, die elk een eigen gebouw kregen.

      Jaarlijks konden er echter maar een paar oude onderkomens vervangen

      worden, zodat de herindeling vele jaren in beslag nam. Na de eerste

      verbouwingsronde vond op 31 mei 1971 de heropening plaats.

      In het eerste jaar daarna trok het park maar liefst 325.000 bezoekers. De

      nieuwe formule sloeg blijkbaar aan. Alle reden dus om op de ingeslagen weg

      voort te gaan. Maar het liefst in een wat hoger tempo en op een wat

      grotere schaal. Daarvoor was echter meer financiële armslag nodig.

      Deze steun kwam van de overheid. In het begin van de jaren zeventig bleef

      de economie in Drenthe, met name in de Zuidoosthoek, erg achter waardoor

      het park voor speciale projecten een beroep doen op stimuleringsregelingen

      zoals Aanvullende Werken, Werkverruimende Maatregelen en regionale

      investeringssubsidies.

      Het grootste project dat mede dankzij zo’n subsidieregeling tot stand kwam

      was het Biochron, een groots opgezet museum over de geschiedenis van leven

      op aarde.

      Overigens heeft het Noorder Dierenpark voor alle vernieuwingen de

      benodigde financiën grotendeels zelf opgebracht.

      Aan het concept van indeling in werelddelen werd in 1995 de laatste hand

      gelegd. Het hele park was toen ingedeeld in werelddelen met daarin de

      dieren die er van oorsprong ook thuishoorden.

      De indeling in werelddelen was niet het enige waarin het park zich van

      andere dierentuinen onderscheidt. Het meest opvallend is de grote rol die

      educatie in het park speelt. Eigenlijk kan er niet meer gesproken worden

      van een dierentuin, maar zou de term "een levend museum over de levende

      natuur" de lading beter dekken. Het park kent naast een aantal musea

      eveneens vele kleine exposities. Door alle vernieuwingen steeg het

      bezoekersaantal sterk.

      Met de voltooiing van het werelddelen concept nam het echtpaar Rensen in

      1995 afscheid als directie van het Noorder Dierenpark.

 

 

 

      Noordbargeres:

      Door de vele bouwactiviteiten die de laatste twintig jaar hadden

      plaatsgevonden naderde het park de grenzen van haar groei met rasse

      schreden. Het park kon in geen enkele richting uitbreiden. Aan de voorkant

      lag de Hoofdstraat, links en rechts lagen de Minister Kanstraat en de

      Sterrenkamp en aan de achterzijde lag de begrenzing bij de spoorlijn Emmen

      Zwolle.

      Ook was er op grootscheepse schaal in de grond gebouwd waar bijvoorbeeld

      het onderwaterleven, de nachtverblijven en technische ruimten kwamen maar

      ook tentoonstellingen werden ingericht.

      Al vanaf 1993, nog onder de directie van de familie Rensen, werden

      mogelijkheden onderzocht hoe verder te gaan. Behoudens het ruimte probleem

      speelde ook het probleem van de bereikbaarheid van het park een rol.

      Bezoekers moesten hun auto's ver van het park parkeren hetgeen de

      klantvriendelijkheid niet ten goede kwam.

      Al deze problemen dienden opgelost te worden door hun opvolger, de heer

      Henk Hiddingh die de familie Rensen was opgevolgd als directeur.

      Eén van die opties was om een deel van de Noordbargeres in te richten als

      uitbreiding. Vooruitlopend daarop werd in 1999 langs de Hondsrugweg een

      parkeerplaats gerealiseerd die geschikt was voor het stallen van 1.500

      auto’s.

      Om de bezoekers snel en veilig in het park te doen komen werd ook

      onderzocht hoe dit gerealiseerd kon worden. De keuze viel op de Traverse,

      een loopbrug die beide delen van het park zou gaan verbinden. De bouw

      startte in 1999 en was in 2000 gereed.

      Op de Noordbargeres werd op een stuk van zes hectare (van het in totaal 38

      hectare omvattende uitbreidingsplan) het eerste deel van de uitbreiding

      gerealiseerd.

      De eerste dieren die hier een nieuw verblijf kregen waren de Humboldt

      pinguïns die zowel boven het water als onder water te bezichtigen zijn.

      Als publiekstrekker was hier ook "Het Waterpaviljoen" voorzien, waar de

      rol van water in de natuur op spectaculaire wijze aan het publiek zou

      worden uitgelegd. Het werd min of meer een mislukking. Het publiek stond

      er nog niet voor open en had vanaf het begin geen enkele

      aantrekkingskracht op kinderen.

      Hoewel de uitbreiding in de looproute van het centrumpark naar de nieuwe

      parkeerplaatsen lag, was er (te) weinig behoefte om dit deel te bezoeken.

      Het ontbreken van aantrekkelijke speelvoorzieningen voor de kinderen deed

      zich nadrukkelijk gelden.

      De directie van het park heeft dit ook ingezien. Het waterproject heeft

      inmiddels plaats gemaakt voor een spectaculaire speeltuin.

      Noot:

      Historisch Emmen is van mening dat het te betreuren valt dat het park uit

      het centrum van Emmen verdwijnt, maar is ook van mening dat de directie

      van het park eigenlijk niet anders kan wil het park in de toekomst een rol

      van betekenis blijven spelen als publiekstrekker.

      De grote vraag is nu: Wat gaat er in de toekomst gebeuren met het

      grondgebied?

      De gemeente Emmen zal er, als mede-eigenaar, alle belang bij hebben om de

      gronden, midden in het centrum gelegen, zo duur mogelijk te verkopen om

      daarmee andere belangrijke projecten (lees: een Stadstheater of Zoo

      theater) te kunnen bekostigen.

      Historisch Emmen wijst elke verkoop (en tegen elke prijs) aan derden af om

      reden dat de bevolking van Emmen daarna geen enkele invloed meer zal

      hebben op de plannen van die derden. De bevolking kan indien nodig wel

      invloed uitoefenen op de gemeente Emmen.

      Voor invulling van de vrijgekomen gronden spelen o.a. de volgende zaken

      een rol:

        In het centrum van Emmen blijkt een overschot aan winkelruimte te zijn.

        In het centrum van Emmen wonen voornamelijk oudere mensen.

        In regionale kranten wordt regelmatig melding gemaakt van lawaaioverlast

        door centrumbewoners. Zelfs een vrolijk spelend draaiorgel op het

        voorplein van het dierenpark diende hierdoor ooit te verdwijnen.

        Anderen daarentegen vinden dat er in het centrum te weinig te beleven

        valt.

        Een terras (midden het centrum van Emmen) kijkt uit op containers van

        een snackpoint.

        Enkele marktkooplieden dienden door een goed in de smaak gevallen

        ijsbaan, die voor pret en vertier in het centrum zorgde, naar een andere

        plek te verkassen hetgeen voor hen omzet verliezen gaf.

        De kermis kan niet meer in het centrum worden gehouden vanwege klachten

        der winkeliers dat dit ten koste gaat van parkeerplaatsen. (Waarom

        overigens kwamen er zoveel kleine en lage parkeerdekken op een grote

        oppervlakte maar eveneens op dure grond?)  

        Garantie dat de eeuwenoude monumentale bomen, met beschermd status, in

        het centrum blijven staan is er absoluut niet. In de Stationsstraat is

        bewezen dat door de bouw van een appartementencomplex de oude bomen die

        daar stonden HOE DAN OOK dienden te verdwijnen. De in de bomen geboorde

        gaatjes en het aangetroffen zuur geven wel aan dat dit opzettelijk is

        gebeurd.

      De grond die het dierenpark achter zal laten is historische grond, de

      laatste historische grond in het centrum. Het verkopen aan derden zal

      ongetwijfeld leiden tot bebouwen om de te realiseren projecten rendabel te

      maken. Eenmaal bebouwd is er geen weg meer terug.

      Historisch Emmen pleit ervoor een beslissing tot bebouwen zo lang mogelijk

      uit te stellen. Alle bovenstaande problemen kunnen in één klap worden

      opgelost door van het dierenpark een stadspark te maken. Veel bekende en

      beroemde steden hebben een park, of dat nu Groningen, Amsterdam of New

      York is, een goed park geeft een meerwaarde aan de dimensie stad. Wat is

      er mis met een Willingepark of Gaarlandtpark?

      In zo'n park is ruimte voor marktkooplieden, de kermis, de vlindermarkten,

      de tijdelijke ijsbaan, voor terrasjes, een kiosk, een

      pannenkoekenboerderij, een podium voor openlucht concerten, en wat al niet

      meer. Gelardeerd met feeërieke verlichting die de eeuwenoude bomen

      aanlichten en die een sprookjesachtige sfeer zullen creëren zal deze

      historische plek het centrum een ongeëvenaarde meerwaarde geven.

      Mocht in de toekomst blijken dat zo'n stadspark niet in behoefte voorzien

      en niet die uitstraling heeft die nodig is om het centrum gezelliger en

      bruizender te maken, dan kan alsnog worden besloten tot bebouwing.

      Een referendum onder de bevolking lijkt het uitgesproken middel om de

      meningen te peilen.